Aan een baksteen onderscheidt men de volgende vlakken:
de strek,dat is de lange, smalle zijde,
de kop,dat is de korte, smalle zijde
de platte kant,dat is het grootste vlak.
 
Bij verticale beëindigingen op hoeken en bij kozijnen heeft men,
om een goed verband te krijgen, steeds gedeelten van stenen nodig, die van hele stenen
worden gehakt. De meest voorkomende zijn:
 
drieklezoor dat is 3/4 van een hele steen;
halve steen dat is 1/2 van een hele steen;
klezoor dat is 1/2 van een hele steen;
klisklezoor dat is een in lengterichting gehalveerde steen;
geschilde,geschibde of geschifte steen, dat is een dunner gehakte steen.
 
De laag specie tussen de stenen noemt men de voeg.
De horizontale voegen zijn de lintvoegen,
de korte verticale de stootvoegen.